Workshop Fysiek Theater

Maandag 16 april  is een speciale bijeenkomst van de werkgroep kunstdrama, met een gastdocent.
Peer van den Berg ( theatermaker, mimespeler, mimedocent en regisseur, voormalig lid van mimegroep Suver Nuver) gaat die avond een workshop geven.
Hij werkt met de deelnemers aan: Hoe maak je fysiek theater. Hoe begin je?  Hoe kun je fysiek spel kunt gebruiken in het maken van theater?
Wanneer: Maandag 16 april 19.30 -21.45 uur
Waar: HKU faculteit theater, Janskerkhof 4 (overkant)  in Utrecht.

Ben je nieuwsgierig, wil je meedoen…. je bent van harte welkom!
Geef je op bij Bas Jacobs ( b.jacobs@hetbaken.nl )

Gezamenlijke reactie op sectoradvies theater Raad voor Cultuur

Zonder grenzen

Met Over Grenzen pleit de Raad voor Cultuur voor een diverse en inclusieve theatersector waarin een breed en kwalitatief hoogstaand aanbod geworteld is in de maatschappij en de lokale gemeenschap. Een mooi perspectief dat wij van harte onderschrijven. En misschien kunnen we nog een stapje verder dromen. Dat grenzen vervagen en in belang afzwakken. Dat we de sector, onszelf, niet hoeven te bewegen om over grenzen te stappen omdat we de grenzen niet meer ervaren. Omdat de ander een logische partner is. Omdat we de ander tegenkomen op het podium, in het publiek, op school en in het buurthuis.

Maar dat gaat niet vanzelf. De raad doet aanbevelingen voor overheden en de professionele theatersector. De aandacht in het advies voor de jeugdtheatersector is terecht. Jeugdtheatergezelschappen krijgen relatief weinig subsidie, terwijl ze een spil zijn in de lokale samenwerking met scholen en andere maatschappelijke organisaties. Een belangrijke ontwikkeling die de raad constateert is dat educatie steeds vaker vertegenwoordigd is in het artistieke team. Met name bij diezelfde jeugdtheatergezelschappen is educatie vaak onlosmakelijk verbonden met de artistieke visie. Die verbondenheid tussen professioneel (jeugd)theater en educatie en participatie is van groot belang, maar krijgt in de rest van het advies weinig aandacht.

Want hoewel de raad in de inleiding het belang van theater op school en in de vrije tijd benadrukt, komt theatereducatie in de verdere aanbevelingen in het algemeen beperkt terug en ontbreekt een visie op amateurtheater en theaterparticipatie vrijwel geheel.

Terwijl juist dáár die wortels van de theatersector liggen. Dat is de humuslaag waar talent ontspruit. De raad stelt dat ‘talentontwikkeling begint bij de start van de professionele carrière van de theatermaker’. Voor ons komt dat pas later. Talentontwikkeling begint bij dat eerste zaadje. Die eerste keer dat je je mag verliezen in de magie van een voorstelling. Die eerste keer dat je op een podium staat en ontdekt dat je wél durft te praten voor publiek en dat mensen je willen horen. Misschien zelfs die eerste keer dat je ontdekt dat je broertje moet lachen als jij tussen de schuifdeuren een typetje doet. En dat gebeurt thuis bij je ouders, dat gebeurt op school, in het buurthuis, de jeugdtheaterschool of bij de toneelvereniging. Dat gebeurt lokaal. Daar waar kansen liggen om echt iedereen te laten kennismaken met theater en de passie voor kijken of spelen aan te wakkeren. Ook bij die mensen van wie de talenten misschien niet altijd direct zichtbaar zijn in de samenleving zoals mensen met een (verstandelijke) beperking. Mensen met evenzoveel talent en ambitie die ook bijdragen aan een diverse en inclusieve theatersector. Want juist theater biedt mogelijkheden voor íedereen om gelijkwaardig te participeren vanuit zijn of haar eigenheid. Zo’n brede blik op talentontwikkeling maakt het ook voor iedereen mogelijk om zich potentieel te ontwikkelen tot professionele theatermaker.

Vanuit die visie doen we dan ook graag enkele aanvullende aanbevelingen voor theatereducatie en -participatie.

Kwaliteitsslag in het onderwijs

De raad noemt terecht het belang van theatereducatie in het onderwijs en van een combinatie van actieve en receptieve educatie. Overigens blijkt uit onderzoek dat juist door actieve deelname op jonge leeftijd mensen op latere leeftijd ook vaker ‘passief’ betrokken blijven. De raad roemt de doorlopende leerlijn die we voor theatereducatie hebben. Alleen al het gegeven dat wij eerlijk gezegd niet zeker weten welke leerlijn de raad hiermee bedoelt, zegt misschien voldoende. Er is een leerplankader van het SLO voor het basisonderwijs, maar helaas weten we maar al te goed dat dit bij de meeste leerkrachten niet of nauwelijks bekend is. Kennis en expertise op theatergebied ontbreekt op veel plekken in het onderwijs. De kwaliteitsimpuls komt veelal vanuit de culturele instellingen zelf. En dat is lastig want door de curriculumvrijheid in het Nederlandse onderwijs valt er eigenlijk geen ‘standaardprogramma’ te maken. De raad benoemt dan ook terecht de focus op een langlopende dialoog als een van de successen van Cultuureducatie met Kwaliteit. Inzetten op meer bemiddeling tussen onderwijs en theateraanbod lijkt ons daarom niet de enige oplossing. Wel inzetten op meer bekendheid met en kennis van theater in de school zodat de school die dialoog volwaardig aan kan gaan. We zien dat de Impuls Muziekonderwijs vruchten afwerpt en op scholen de kennis van en waardering voor muziek vergroot. Theater verdient eenzelfde kwaliteitsimpuls in het onderwijs, omdat juist theater gaat over jezelf en de ander. Dat maakt theater bij uitstek geschikt om grenzen te doorbreken, om te werken aan persoonsvorming, sociale vaardigheden en groepsvorming.

We onderschrijven ook de aandacht voor het MBO maar zien hierin niet alleen een opdracht aan aanbieders om programma’s te ontwikkelen. Die zijn er op veel plaatsen al. Ook hier zien wij een grotere urgentie in het onderwijs zelf, waar kennis van en budget voor cultuureducatie veelal nog ontbreekt. De MBO-kaart kan benut worden om de vraag in het onderwijs te stimuleren door hier (net als in het VO) een bedrag op te zetten van 10 euro voor cultuur.

Pak regionaal en lokaal de bal op

De raad pleit voor regionale afspiegeling en instellingen die geworteld zijn in hun lokale omgeving. Dat onderschrijven wij en wij willen ervoor pleiten in regionale allianties actief verbindingen te leggen tussen de professionele sector en de amateursector. In regionale of lokale allianties kunnen professionele instellingen samen met kunsteducatie instellingen en het amateurveld zorgen voor een rijk klimaat waarin iedereen de kans krijgt kennis te maken met theater, zijn talenten te ontdekken en misschien wel door te groeien tot de top. Nu zien we lokaal ook wel concurrerende educatieprogramma’s, vooropleidingen of talentontwikkelingsprogramma’s. Sommige instellingen zijn noodzakelijkerwijs bezig met overeind blijven. Maar overeind blijven belemmert echt creëren, overeind blijven belemmert de focus op de kansen voor de maatschappij en voor alle (potentiële) beoefenaars, jong en oud, in je omgeving. Wij pleiten dan ook voor een regionale of provinciale aanpak waarin de culturele sector in haar volle breedte de handen ineen slaat voor een rijk klimaat waarin professionals en amateurs elkaar kunnen ontmoeten en voeden.

Dat vraagt ook iets van lokale overheden. Zij kunnen helpen die cultuurrijke leer- en leefomgeving in stand te houden en daarmee de verbinding tussen binnen- en buitenschoolse theatereducatie en te stimuleren. In de buitenschoolse educatie en participatie zou meer verbinding gelegd kunnen worden met podia en gezelschappen, passend bij het stimuleren van contextprogramma’s zodat er een breder geheel ontstaat.

Ook educatie en participatie in suppletie-subsidies

De raad stelt voor om het theaterbestel meer te richten op maatwerk waarbij gezelschappen die via de BIS of door het FPK gesubsidieerd worden in een nieuw stelstel ruimte hebben om een eigen profiel te kiezen waarvoor zij aparte suppletie-subsidies kunnen aanvragen. Dat juichen wij toe en we pleiten ervoor hierin ook ruimte mee te nemen om te kiezen voor een meer maatschappelijk profiel, voor educatie en taken in verbinding met het amateurveld en lokale culturele instellingen. Daarmee sluit subsidie voor de top aan op de behoefte van de breedte. Niet alleen landelijk, ook regionaal of provinciaal zou dat goed zijn. Zo kunnen top en breedte elkaar versterken. Dat maakt de cirkel rond: de professional kan met al zijn expertise weer iets teruggeven aan de plek waar hij ooit zelf begonnen is en dat vlammetje voor theater bij een ander aanwakkeren.

2 april 2018

Tineke Ubbels, Beroepsvereniging Docenten Drama en Theater
Leoni van Veen en Sanne van den Hoek, Platform Theater
Fokke Broersma, Stichting Improvisatie en Theatersport Nederland
Theo Frentrop, Vereniging Ongekend Talent
Thijn Kolk, Landelijke Organisatie Studenten Theaterverenigingen
Cock Dieleman, Universitair docent Universiteit van Amsterdam
Paul de Vries, studieleider Hogeschool voor de Kunsten, docent theater
Ronald Kox en Nicole Stellingwerf, Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst

 

Ton Konings overleden

Vandaag  bereikte ons het droeve bericht dat Ton Konings is overleden op 90 jarige leeftijd in zijn woonplaats Haelen.

Ton Konings was een van de oprichters van de Beroepsvereniging in 1984. Samen met Jan Wilmans (Dans) kreeg hij na veel lobbywerk in de politiek voor elkaar dat het vak drama  een volwaardig schoolvak werd. Scholen konden het vak opnemen in de basisvorming. Vanaf 1998 werd drama ook examenvak.
Ton Konings is altijd trouw lid gebleven van de BDD. De laatste jaren als ?erelid?. Ook bleef hij volgen wat er gebeurde in het vakgebied en in de BDD. In 2014 bezocht hij ons nog tijdens de vakconferentie in Arnhem waar we het 30 jarig jubileum vierden van de BDD. (Zie de foto) De uitvaart is aanstaande vrijdag.
Later deze maand zullen we in Dramaforum stilstaan bij zijn overlijden.

Breed bestuur van de BDD.

BDD CONFERENTIE

(Inschrijven niet meer mogelijk)


Conferentie Theater, de wereld in je hand
– 17 maart 2018 

 Op zaterdag 17 maart organiseert de BDD haar conferentie in Utrecht in samenwerking met de faculteit Theater van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Deze dag is bedoeld voor professionele theatermakers en theaterdocenten.

Centraal staat de ontmoeting met vakgenoten, nieuwe collega’s, oude bekenden, vreemdelingen en nieuwe vormen van theater in de wereld van nu.

De dag gaat over :

  • de positie van het theatervak in het onderwijs,
  • de praktijk van de hedendaagse theatermaker en docent,
  • best practices van nieuwe inspirerende vormen en mogelijkheden.

Hoe kun je in de snel veranderende wereld van betekenis zijn als docent drama?

Hoe voer je gesprekken elkaar, met de kinderen en jongeren ?

Staat theater tegenover de werkelijkheid ?

Heb je de wereld in je hand?

Vorm je de wereld naar je hand?

De dag start met een speelse theatervorm onder leiding van Bart van Rosmalen en Anouk Saleming. Daarna zijn er workshops en een theatervoorstelling Back to Back van het jongerengezelschap DEGASTEN.

Meer informatie over het programma vind je hier 

Zie hier een impressie van de vorige conferentie in Amsterdam.

Praktische informatie

-De conferentie wordt gehouden in Utrecht op de HKU Janskerkhof 17/18-4a, 3512BM Utrecht.

-De sluitingsdatum voor aanmelden is 10 maart 2018

-Wanneer je je onverhoopt moet afmelden na de sluitingsdatum wordt er wel een factuur gestuurd, de BDD maakt kosten voor de deelnemers.


Tarieven

Deelname kost voor leden van de BDD en Platform Theater € 60,- en voor niet-leden € 120,- Voor studenten kost het € 35,- De kosten zijn inclusief een lunch.

Er kan veelal een beroep gedaan worden op het scholingsbudget van de school of instelling.

 

Deskundigheidsbevordering

Je krijgt na afloop een certificaat dat je kunt uploaden naar je registerleraar-account om je portfolio aan te vullen.)

 

Inschrijven “Method Acting”

Er zijn nog enkele plekken beschikbaar voor de Cursus “Method Acting” door André Landzaat

Doelgroep: Theater- en dramadocenten
Aanleiding is een eerdere enquête onder leden van de BDD naar behoefte aan nascholing. De eerste nascholingscursus was “Werken met Fysiek” door Luc de Smet. Nu staat er een opfriscursus Method Acting op de planning.

 Method Acting
Centraal staat hoe als docent vanuit method acting/ inlevend spel te ontwikkelen, te begeleiden en te duiden. Method Acting is de meest onbegrepen acteertechniek ter wereld. Veel van wat je er op internet over leest, is helemaal verkeerd. Method Acting helpt je de vereiste emotie te voelen, en is betrouwbaar, keer op keer. Enkele bekende acteurs en actrices die werken volgens Method Acting zijn: Marlon Brando, Robert de Niro, Tom Hanks, Meryl Streep en Reese Witherspoon.

 Data: 3 en 4 februari 2018 van 10.00-15.00 uur

Locatie: ZimiHC, Bouwstraat 55 te Utrecht
Organisatie: BDD Beroepsvereniging Docenten Theater en Drama
Kosten: leden BDD 120,00, niet leden van de BDD 150,00 inclusief lunch

Opgave:
Stuur een mail met verzoek om opgave aan info@docentendrama.nl. Geef daarbij aan of je wel of niet lid bent van de BDD.

Uiterlijke inschrijvingsdatum: 28 december 2017

Een certificaat wordt verstrekt op basis van je aanwezigheid. De voorgaande studiedagen van de kunstvakverenigingen werden gevalideerd bij Registerleraar.nl voor het vrijwillige lerarenregister als nascholingsaanbod. In verband met het huidige overgangsjaar naar het verplichte register is het voor ons niet mogelijk de gewijzigde aanpak van de studiedagen te laten valideren. Er zal wel een indicatie van ‘registeruren’ op je certificaat staan.

Maximaal aantal deelnemers: 15 personen. Deze 15 deelnemers werken twee dagen lang intensief aan Method Acting technieken. Wanneer er meer dan 15 mensen zich aanmelden, worden de twee dagen opgesplitst in twee groepen waar André intensief mee gaat werken.

Kunstvakverenigingen over Eindadvies Platform Onderwijs2032

In januari verscheen het Eindadvies van het Platform Onderwijs2032 over de toekomst van het on-derwijs. Het gaat over wat leerlingen moeten leren (de doelen van het onderwijs), over de vakken en de inhoud van die vakken. Kort gezegd: over het toekomstige onderwijscurriculum voor 4- tot 18-jarigen. Ook de kunstvakken zijn in deze onderwijsplannen betrokken.
Omdat dit bij veel leraren onbekend was, sprak staatssecretaris Dekker met de Onderwijscoöperatie af dat deze in (en met) het werkveld aan de verbreding en verdieping van het eindadvies zou gaan werken. In de periode tot 1 november 2016 organiseerde de Onderwijscoöperatie daartoe onder andere dialoogbijeenkomsten, om leraren in staat te stellen mee te denken over een toekomstig cur-riculum en adviezen daarover te geven.

Enquête en dialoogbijeenkomst

De kunstvakverenigingen VONKC, VLS, BDD en NBDO-Dansbelang organiseerden een dergelijke dialoogbijeenkomst voor leerkrachten PO en kunstvakdocenten VO. Voorafgaand hieraan hielden zij een enquête om de mening van de leraren over het Eindadvies te peilen en dan vooral waar het de kunstvakken betreft. De uitkomsten ervan dienden als aanjager van de gesprekken in de dia-loogbijeenkomst begin oktober. Bij de opzet van de enquête is rekening gehouden met twee cen-traal staande vragen: (1) Hoe denken leerkrachten PO en docenten kunstvakken VO over de rich-ting van het curriculum in het Eindadvies? (2) Kunnen en willen leerkrachten PO en docenten kunst-vakken VO uitvoering geven aan dit nieuwe curriculum?
In de periode tussen 15 en 17 september is de enquête door de kunstvakverenigingen en met behulp van CJP, LKCA en Kunstzone verspreid. De uiteindelijke respons voor het basisonderwijs was 207 respondenten en voor het voortgezet onderwijs 556, samen goed voor 763 meningen.

Opbrengst en discussie

Twee derde denkt voldoende geïnformeerd te zijn om een eerste mening over de plannen te kun-nen geven. Tegelijkertijd wil de meerderheid (79%) een meer definitief oordeel uitstellen tot er meer bekend is over de concrete doelen en eindtermen.
Respondenten vragen zich voorts af wat er overblijft van de kern van het vak als het voortbestaan als apart vak niet is verzekerd en als de aandacht vooral uitgaat naar receptie en reflectie en minder op het actief zelf doen en maken?
Het is nuttig en nodig verder na te denken over de manier waarop kerndoelen, eindtermen en eindexamens moeten worden vormgegeven en ingericht. Maar ook over de toetsing van het ge-leerde in het basisonderwijs moet duchtig worden nagedacht.
Jammer genoeg heeft het Platform (nog) weinig aandacht voor professionalisering van de onder-wijsgevende. Steeds opnieuw blijkt dat bijvoorbeeld de leerkracht in het basisonderwijs zich onvol-doende in staat weet om het kunstonderwijs te verzorgen. Het verbaast in die zin niet dat leerkrach-ten om een adequate en professionele scholing vragen voor het nieuwe onderwijs in de kunstvak-ken.

Lees verder in de rapportage
Enquête Leerkrachten PO & Kunstvakdocenten VO over het Eindadvies Platform Onderwijs2032. In opdracht van de kunstvakverenigingen VONKC, VLS, BDD en NBDO. Uitvoering Piet Hagenaars, Marjo van Hoorn & Maria Hermanussen (2016).